Hondenlobby Amsterdam
InleidingAmsterdam telt ongeveer 23.000 geregistreerde hondenbezitters. Honden leven al sinds mensenheugenis in de stad en horen bij de mens. De Dierenbescherming vindt het belangrijk dat de stadsdelen en medegebruikers van de openbare ruimte er van doordrongen zijn dat honden voor veel Amsterdammers een belangrijke rol spelen. Honden dragen bij tot het welzijn van mensen in de stad. Tegelijkertijd moet het welzijn van honden in Amsterdam gewaarborgd worden.
De Dierenbescherming komt op voor het welzijn van honden en stimuleert daarom verantwoord hondenbezit. Iedere eigenaar heeft de plicht om ervoor te zorgen dat zijn hond voldoende buiten komt en beweging krijgt. Echter, de ruimte voor honden in de stad wordt steeds kleiner; steeds meer gebieden worden aangewezen als verbodsgebied voor honden en ook de ruimte waar honden lekker kunnen loslopen en spelen met elkaar wordt steeds beperkter. Steeds meer openbare parken zijn verboden voor honden, in vrijwel alle parken geldt een aanlijngebod en de delen waar honden wel mogen loslopen worden steeds kleiner. Een te beperkte mogelijkheid voor honden om zich voldoende te kunnen bewegen en sociaal gedrag te vertonen kan verstrekkende gevolgen hebben voor het welzijn van honden.
De Dierenbescherming signaleert een toenemende ontevredenheid van hondenbezitters en niet-hondenbezitters over het huidige hondenbeleid en de naleving hiervan. Enerzijds uit zich dit in een toenemende vraag van hondenbezitters naar actie door de Dierenbescherming. Anderzijds ziet de Dierenbescherming een toename van spanning en agressie tussen hondenbezitters en niet-hondenbezitters in de manier waarop beide partijen met elkaar omgaan. Dit kan directe (negatieve) gevolgen hebben voor de verdraagzaamheid van honden in de stad en dus op het welzijn van honden.
De oorzaak van deze spanning bestaat uit twee verschillende onderwerpen:
1. Hondenpoep die niet opgeruimd wordt
De Dierenbescherming is van mening dat een eigenaar de poep van de hond altijd moet opruimen en vindt handhaving hiervan geen probleem. Er dienen wel voldoende mogelijkheden voor het weggooien van hondenpoep voorhanden te zijn om dit gedrag te stimuleren en handhaving te kunnen verantwoorden.
De Dierenbescherming betreurt het feit dat met regelmaat de maatregel van een aanlijngebod genomen wordt met de misvatting dat dit het hondenpoepprobleem aanpakt. Het loslopen van honden en overlast van hondenpoep zijn twee verschillende onderwerpen. Ook een aangelijnde hond poept.
2. Loslopende honden in openbare ruimten
Overlast wordt op verschillende manieren ervaren. Objectief in intensief gebruikte gebieden doordat er veel gebruikers van een beperkt oppervlak zijn en subjectief doordat er mensen zijn met angst voor honden. De overlast die ervaren wordt in intensief gebruikte openbare ruimten kan voorkomen worden als hondenbezitters de hondenpoep opruimen en er daarnaast voor zorgen dat hun hond sociaal is en luistert. De Dierenbescherming onderschrijft en stimuleert dit door het aanbieden van hondentraining en voorlichting (op scholen) over verantwoord hondenbezit. Daarnaast dient iedereen in de maatschappij, dus ook hondenbezitters en niet-hondenbezitters, het gezonde verstand te gebruiken en rekening met elkaar te houden.
Mensen die angst voor iets hebben, in dit geval honden, zullen er altijd zijn. Met name door het geven van voorlichting aan deze mensen en voornamelijk kinderen op scholen, kan deze meestal ongegronde angst verminderd of zelfs geheel weggenomen worden doordat hondengedrag begrepen wordt.
Wat wil de Dierenbescherming?
De Dierenbescherming wil voldoende mogelijkheden in de stad voor honden om zich vrij te bewegen en los te lopen. De doelstelling van de Dierenbescherming is dan ook om de huidige losloopgebieden te behouden en in stadsdelen waar onvoldoende losloopmogelijkheden zijn, deze gebieden zoveel mogelijk uit te breiden. Een aantal stadsdelen heeft, naast de overkoepelende dierenwelzijnsnota van de centrale stad, een dierenwelzijnsnota waarin een paragraaf "gezelschapsdieren" is opgenomen. Richtlijn voor honden hierin is dat er per stadsdeel genoeg losloopmogelijkheden aangewezen moeten worden voor honden. De Dierenbescherming wil er bij de stadsdelen op aandringen dat deze richtlijnen zoveel mogelijk nagestreefd worden.
Waarom wil de dierenbescherming dat?
De Dierenbescherming komt op voor het welzijn van de hond en het lekker kunnen loslopen is een eerste levensbehoefte van de hond. Voor het welzijn van de hond is het belangrijk dat hij voldoende beweging krijgt en zijn natuurlijke (sociale) gedrag kan vertonen, hierbij is voldoende bewegingsvrijheid belangrijk. Niet iedereen in Amsterdam heeft de mogelijk om met de auto naar het bos of het strand te gaan. De meeste mensen lossen dit op door met de hond naar een nabijgelegen park of groenstrook te gaan, waar de hond kan uitrazen en rennen.
Echter de Dierenbescherming stimuleert enkel verantwoord hondenbezit en dit betekent dat hondenbezitters hun hond voldoende zorg, tijd en ruimte moeten kunnen bieden. Onder verantwoord hondenbezit valt ook verantwoord gedrag ten opzichte van andere mensen en de omgeving. Als dit niet geboden kan worden dan ontraadt de Dierenbescherming hondenbezit.
Hoe wil de Dierenbescherming dit bereiken?
De losloopgebieden voor honden worden door de stadsdelen bepaald en de rollen die de Dierenbescherming voor behoud en verruiming van deze gebieden speelt is dan ook die van beïnvloeder en (beleids)adviseur. De Dierenbescherming speelt deze rollen door de oprichting en sturing van de Hondenlobby Amsterdam.
Contact met de Hondenlobby
De Hondenlobby Amsterdam kan via de Dierenbescherming Amsterdam gecontacteerd worden voor advies, overleg, informatie en vragen. De werkgroep is gespecialiseerd in gemeentelijk hondenbeleid en richt zich structureel op het hondenbeleid van Amsterdam ten behoeve van het welzijn van de honden in Amsterdam.
(foto: Rob Mieremet)





